Microbiologie ![]() |
identificatie / antigene eigenschappen Elke micro-organisme heeft zijn eigen antigene eigenschappen,
Een antigen is een stof die als deze een lichaam binnenkomt dat lichaam aanzet tot de vorming van antistoffen.
Bijvoorbeeld op een glazen plaatje kun je bacteriën en antistoffen met elkaar in contact brengen. Als ze bij elkaar passen ontstaat een groot geheel . De cellen agglutineren en zijn met het blote oog zichtbaar
Ook kan de binding zichtbaar worden door 1 van beide te merken met een fluorescerend kleurtje (immuunfluorescentie) kleurtje of een enzym die later een gekleurde stof gaat vormen die je kunt meten (ELISA). Doordat deze binding zichtbaar is hebben we een heel selectieve methode om micro-organismen of grote moleculen te herkennen op een laboratorium, maar ook thuis. In de microbiologie worden immunochemische testen vaak gebruikt bij geautomatiseerde bepalingen maar ook voor verdere determinatie binnen een soort. Zo worden binnen de soort Escherichia coli de enteropathogene typen met antistoffen getypeerd. Ook kleiner "dingen" als bacteriecellen zoals toxinen zijn immunologisch te bepalen, een voorbeeld is het door Staphylococcus gevormde enterotoxine, dat met een ELISA is aan te tonen. Het grote voordeel is dat men zo de toxinen kan aantonen ook als de vormers ervan al zijn afgestorven. Voor virussen zijn de immunologische bepalingen van groot belang, met name de ELISA. Alle immunochemische bepaling hebben hetzelfde principe, de specifieke binding tussen antigen en antistof. De verschillen tussen de immunochemische bepalingen zitten in de manieren waarop deze binding zichtbaar gemaakt wordt. Voorbeelden van Immunochemische bepalingen: Andere identificatiekenmerken: |