Virussen / Antivirale middelen

Wat kun je tegen een virus beginnen?: Voorkomen werkt beter dan genezen!!!!!!

Voorkomen van besmetting. Erg moeilijk, maar wel de maatregel om de sneller uitbreiding van een virusepidemie te voorkomen, denk aan varkenspest, vogelpest, griepepidemieën. Door de globalisering , de internationale transporten vvan levende dieren is de verspreiding snel gebeurd.

Vaccineren, van te voren mensen of dieren immuun maken  zodat ze als er een besmetting plaatsvindt al snel de juiste antistoffen maken om het virus direct te bestrijden. Dit helpt ook tegen verdere verspreiding.

Medicijnen? Omdat virussen vermeerderd worden door de cel die ze zijn binnengekomen is het lastig ze te bestrijden.
Immers een virus heeft de gastheercel gekaapt en gebruikt de stofwisseling van die cel om zich voort te planten en dan ook nog in een onvoorstelbaar tempo : in een paar uur kan een virus honderdduizenden nieuwe virussen laten maken. Tijdens dit kopieerproces worden er kleine foutjes gemaakt, niet erg op zo'n groot aantal en bovendien is er de kans op een mutant met nieuwe gevaarlijker eigenschappen. 

Antivirale geneesmiddelen:
Antibiotica zoals tegen bacteriën gebruikt werken niet , deze zijn gericht tegen processen die alleen bij bacteriën voorkomen waardoor de patiënt er geen last van heeft maar de bacterie wel.
Omdat een virus geen eigen stofwisseling heeft zijn de mogelijkheden dus zeer beperkt, hieronder wat middelen:

neuraminidaseremmers tegen griep
neuraminidase is een enzym dat de in de cel gevormde virusdeeltjes naar buiten laat gaan zodat ze zich verder kunnen verspreiden. Rem je dit enzym dan wordt de verspreiding van het virus in het lichaam gestopt. Hoe eerder je het krijgt hoe beter.
Tegen het griepvirus bestaan medicijnen met deze werking: zanamivir en oseltamivir (voorbeeld Tamiflu). 
Triple therapie tegen het HIV virus
De virussen worden op drie aangrijpingspunten aangepakt:
1.Op het enzym reverse transcriptase dat het virusRNA in de gastheercel vertaalt naar DNA (waarna de virusproductie op gang kan komen).
Er zijn stoffen (medicijnen) die zich hechten aan dit enzym waardoor het onwerkzaam wordt. Het enzym kan ook "gefopt" worden door nepbouwstenen van DNA, als het enzym die pakt, en in wil bouwen in de DNA keten stopt het proces.
2.Op het glycoproteine 41. Dit is een eiwit die de hechting van het hiv virus aan de te infecteren cel mogelijk maakt. Het medicijn bindt zich aan dit eiwit zodat contact van het virus met de celreceptor onmogelijk wordt.
3.Op het protease (enzym). Als het DNA vertaald wordt in viruseiwit ontstaat eerst een lang groot eiwit dat in stukken geknipt wordt door protease. Pas dan zijn de stukken (afzonderlijke enzymen) werkzaam. Rem je het protease door een medicijn er aan te laten binden dan voorkom je de vorming van de werkzame enzymen.

Waarom drie medicijnen tegelijk? Omdat tijdens de vermeerdering van het HIV virus (bewust) fouten gemaakt worden krijg je in de patient verschillende HIV virussen. Resistentie ontstaat door  mutatie, de kans op drie mutaties tegelijk is erg klein, bovendien wordt het virus dan bij een andere stap (aangrijpingspunt) wel in de groei geremd.

Ribavirine tegen Hepatitis C en SARS
Dit is een nepnucleoside die het RNA polymerase heel veel fouten laat maken.
Het is het enige algemene antivirale middel

Sinds kort is er  T20 , het eerste medicament dat verhindert dat het aidsvirus cellen binnendringt. Het middel komt onder de naam Fuzeon op de markt. 

Toekomstmuziek:

Een proteaseremmer tegen Hepatitis C
Een stof die hemagglutinase remt, 
een oppervlakte eiwit dat zorgt voor aanhechten en binnendringen van het (griep)virus en het vrijmaken van het RNA uit het infecterende virusdeeltje.
Let wel, voor elk specifiek eiwit is ook een specifieke remstof nodig, dus er is geen sprake van algemene antivirale middelen.

 

Omhoog ] Bouw van een virus ] Vermeerdering van een virus ] De kenmerken van een virus ] leeft  een virus nu wel of niet ] lysogenie ] transductie ] Virussen op het Lab ] [ antivirale middelen ]