Microbiologie ![]() |
bacteriecel / celwand De functie van de celwand De functie van de celwand De stevigheid van de bacteriecelwand Hieronder de ketens verbonden door de peptiden, kenmerkend zijn de peptide dwarsketens die rechtop staan (op het vlak) en verbindingen kunnen vormen met een tweede laag mucopeptide. Omdat mucopeptide alleen bij bacteriën voorkomt en niet bij andere organismen als mens en dier is het de "achilleshiel" van de bacterie. Stoffen die het mucopeptide kunnen aantasten zijn dan ook specifiek werkende stoffen. Een bekende voorbeeld is het antibioticum penicilline , een stof die de opbouw van het mucopeptide verstoort. Een ander voorbeeld is lysozym, een stof welke wijd verspreid voorkomt in weefsels van organismen, speeksel, traanvocht en in zeer hoge concentraties in het wit van een ei. Lysozym tast ook bestaande bacteriecelwanden aan en zorgt zo voor een afweer (verdediging) tegen bacteriën. In de kaasindustrie wordt lysozym gebruikt ter vervanging van nitriet : het verhindert de groei van Clostridium butyricum, een bacterie die door boterzuurgisting het zogenaamde " laat los" effect ( scheurvorming) in kaas veroorzaakt. Bacteriën worden op grond van de eigenschappen van hun celwand ingedeeld in twee groepen, de grampositieve en de gramnegatieve bacteriën. Deze naam danken ze aan mijnheer Gram die de gramkleuring heeft uitgevonden. In de grampositieve celwand worden heel veel lagen mucopeptide gevonden met erg veel peptide-dwarsverbindingen. In de grampositieve celwand liggen teichonzuren ingebed.
Tevens kan de Grampositieve celwand eiwit bevatten zoals proteïne A bij Staphylococcus aureus, dit eiwit is een voor deze soort specifiek antigen, welke met een bijpassend specifiek antiserum agglutinatie van de cellen veroorzaakt. Deze specificiteit zorgt bij (melkzuur)bacteriën voor een specifieke gevoeligheid voor bepaalde bacteriofagen In de Gramnegatieve celwand ligt slechts één laag mucopeptide met weinig dwarsverbindingen erin. De celwand van een gramnegatieve cel is dan ook kwetsbaarder dan die van een Grampositieve cel. Aan de buitenkant van het mucopeptide ligt een zogenaamde buitenmembraan een laag bestaande uit fosfolipiden , eiwitten en lipopolysaccharide.
Het lipopolysaccharide bestaat uit lipide A, Het lipopolysaccharide-deel is giftig en wordt ook wel endotoxine genoemd. Het veroorzaakt koorts en hoofdpijn. Het endotoxine is zeer hittestabiel, het kan beter tegen verhitten als de bacterie zelf en kan dan ook in gesteriliseerd glaswerk voorkomen. Dit is o.a. een probleem bij de bereiding van infuusvloeistoffen , deze moeten op speciale wijze in endotoxinevrij (pyrogeenvrij) glaswerk bereid worden. Door de poriën (eiwitmoleculen) van de buitenmembraan kunnen kleine moleculen door diffusie passeren, grote moleculen hebben transporteiwitten nodig. Door de aanwezigheid van de buitenmembraan zijn gramnegatieve bacteriën minder gevoelig voor penicilline dan grampositieve bacteriën. Zie voor de uitvoering in : het maken van preparaten Na het maken van een uitstrijkje zijn de meeste bacterien (van nature) kleurloos.
Vervolgens wordt gekleurd met kristalviolet en een jodiumoplossing wat de bacteriën een paarse kleur geeft:
Geen verschil te zien, nu wordt gespoeld met alcohol, met het volgende resultaat:
De grampositieve cellen hebben de kleurstof na de alcoholspoeling behouden, de gramnegatieve bacteriën zijn ontkleurd.Tot slot worden de gramnegatieve cellen met een roze kleurstof beter zichtbaar gemaakt:
Verklaring van het kleurverschil: Het verschil in celwandstructuur is er de oorzaak van dat bij de gramkleuring een Grampositieve cel de eerste (paarse) kleurstof vasthoudt tijdens het spoelen met alcohol, terwijl de gramnegatieve bacterie hierdoor ontkleurd wordt : Alternatieven voor de gramkleuring waarbij geen microscoop nodig hebt (en dus ook de celvorm niet te weten komt) zijn de KOH-methode en de bactident-aminopeptidase-test.
|