Enzymen zijn het gereedschap van de (bacterie)cel.

Zoals bekend ligt de mogelijkheid om bepaalde eiwitten te maken verankerd in het DNA . 
Enzymen zijn eiwitmoleculen. Eiwitten zijn lange ketens van aminozuren. Er zijn 20 verschillende aminozuren . Een eiwit kan honderden aminozuren lang zijn. Door verschil in volgorde en samenstelling zijn er ontelbaar veel combinaties mogelijk, er zijn dus heel (veel) verschillende enzymen mogelijk. 
De samenstelling (aminozuren en volgorde ervan) van een eiwit bepaalt de ruimtelijke bouw ervan.

De ruimtelijke bouw bepaalt wat het enzym kan.
Het enzym bezit zo'n goede pasvorm dat daar meestal maar één type beginproduct (het substraat) in past - zoals in een goed slot maar één sleutel past- en houdt dit substraat zo goed omsloten dat het substraat veranderd kan worden in een andere stof of andere stoffen.

Zo is het enzym dat lactose kan splitsen zo gebouwd dat lactose er goed in past. Een enzym is behalve substraat-specifiek ook werkingsspecifiek. Dat wil zeggen dat ze maar één soort reactie laat plaatsvinden.
De verschillen bij de bacteriën worden dus veroorzaakt door dat elke bacteriesoort zijn eigen enzymen heeft 
Zo kan Escherichia coli lactose wel splitsen en Salmonella niet. De oorzaak is het al of niet bezitten van het DNA dat de informatie draagt voor de synthese van het lactosesplitsende enzym. Omgekeerd heeft Salmonella weer eigenschappen die Escherichia coli mist zoals de mogelijkheid om H2S te vormen.
Van dergelijke eigenschappen maakt men gebruik om de bacterie op een (specifieke) voedingsbodem te herkennen.


stofwisseling ] [ enzymen ] dissimilatie ] Leven met of zonder zuurstof ] Kweken zonder zuurstof ] assimilatie ] Algemene voedingsbodem ] Kweekomstandigheden ] Selectief kweken ] reincultuur ]