Een immunochemische bepaling waarbij een antistof gemerkt is met een fluorescerende stof, Er zijn twee soorten bepalingen: de directe en de indirecte immuunfluorescentie
Directe immuunfluorescentie De (fluorescerende) antistof wordt losgelaten op het te onderzoeken preparaat. Past de bekende fluorescerende antistof dan bindt die zich. Na goed spoelen blijft de passende antistof zitten en is zichtbaar door de fluorescentiemicroscoop. Past de antistof niet dan spoelt hij weg en is er door de fluorescentiemicroscoop niets te zien: zie hieronder, links een preparaat met het passende antigen, rechts een preparaat met een ander antigen | stap 1 Preparaat (uitstrijkje) van bijvoorbeeld twee varkens |  | 
| | stap 2 Fluorescerende antistof, specifiek passend bij te bepalen antigen bijvoorbeeld varkenspestvirus |  | 
| |  | 
| | stap 2 Goed spoelen : niet gebonden antistoffen worden verwijderd |  |  | | stap 3: bekijken onder fluorescentiemicroscoop |  |  | | conclusie | varkenspestvirus aanwezig | varkenspestvirus niet aangetoond |
Vervolg: Indirecte Immuunfluorescentie [ microscopisch uiterlijk ] [ groeiwijze ] [ biochemische eigenschappen ] [ antigene eigenschappen ] [ faagtypering ] [ DNA typering ] [ identificatie grampositieve en gramnegatieve bacterien ] |