Hoewel bijna alle planten en dieren bij de dissimilatie zuurstof nodig hebben, is dit niet het geval bij alle micro-organismen. Veel micro-organismen zijn in staat om zonder zuurstof (anaeroob) te leven doordat ze in staat zijn de brandstof te verbranden zonder dat er zuurstof bij nodig is. Ook zijn er enkele soorten die zich uitsluitend zonder zuurstof kunnen ontwikkelen. Wat de invloed van de zuurstof op de groei betreft kunnen we de mico-organismen als volgt indelen:
a. Strikt of obligaat aerobe micro-organismen,
die zich uitsluitend in aanwezigheid van zuurstof kunnen ontwikkelen en zonder zuurstof zelfs afsterven.
Voorbeelden hiervan zijn :
Pseudomonas
De meeste schimmels
b. Facultatief anaerobe micro-organismen,
die zich zowel in aanwezigheid als in afwezigheid van zuurstof ontwikkelen. Voorbeelden zijn :
alle Enterobacteriën
de meeste Bacillussoorten
de staphylococcen
Listeria
de meeste gisten
c. Microaerofiele micro-organismen,
die zich het beste bij verminderde zuurstofconcentraties kunnen ontwikkelen. Voorbeelden zijn
Lactobacillus
Campylobacter.
d. Strikt anaerobe micro-organismen,
die zich uitsluitend zonder zuurstof kunnen vermeerderen. De mate waarin ze last hebben van zuurstof verschilt. Er zijn bacteriën met een anaerobe stofwisseling die kleine hoeveelheden zuurstof kunnen verdragen, zoals
Propionzuurbacteriën
Clostridium perfringens.
Tot slot zijn er binnen deze groep de bacteriën waarvoor elk spoortje zuurstof giftig is, deze zijn zeer lastig te kweken.
e. Zuurstoftolerante anaerobe micro-organismen
Deze gebruiken geen zuurstof voor hun stofwisseling maar hebben er ook geen last van.
De lactococcen zijn hier en goed voorbeeld van.
[ Omhoog ] [ stofwisseling ] [ enzymen ] [ dissimilatie ] [ Leven met of zonder zuurstof ] [ Kweken zonder zuurstof ] [ assimilatie ] [ Algemene voedingsbodem ] [ Kweekomstandigheden ] [ Selectief kweken ] [ reincultuur ]