


De gevoeligheid van micro-organisme voor een lage wateractiviteit verschilt sterk, vandaar dat je jam en brood vooral beschimmelen en dat vlees door de snelle bacteriën wordt bedorven.
Hieronder een globaal beeld met de ondergrenzen van de groei mogelijkheden voor de verschillende micro-organismen..
| Aw gebied | micro-organismen die kunnen groeien | Levensmiddelen |
| 0.60 | geen groei mogelijk beneden deze grens | pasta, kruiden, koekjes, crackers melkpoeder, alles wel droog bewaren! |
| 0,60 | osmofiele gisten | gedroogd fruit, honing,toffee, karamel |
| 0,75 | halofiele bacteriën,alleen in zoute producten | jam, producten met 26% NaCL(zout) |
| 0.80 | meeste schimmels, Staphylococcus aureus | meel, rijst, siroop |
| 0,88 | de meeste gisten en bovengenoemde micro-organismen (rij hierboven) | salami,margarine, droge kaas producten met 15%NaCL of 65% suiker |
| 0,91 | Lactobacillus, Bacillus | ham, kaas, producten met 12%NaCL of 55% suiker |
| 0,95 -0.99 | gramnegatieve staafjes, sporen ontkiemen en gaan groeien, en 3 rijen hierboven | fruit, groente, vlees, vis, melk |
De buitenbeentjes zijn de :osmofiele micro-organismen, die uitsluitend in een suikerrijk milieu kunnen groeien en de halofiele micro-organismen, die uitsluitend in een zoutrijk milieu kunnen groeien.
In de tabel zie je producten met een verschillend watergehalte met een zelfde wateractiviteit, de oorzaak is dat verschillende stoffen het water in verschillende mate aan zich binden
Zetmeel bindt water sterker dan vlees en deze binden water sterker dan cellulose. Hoe sterker het water gebonden wordt bij dezelfde hoeveelheid water (ten opzichte van stoffen die minder sterk water binden)
Daarom wordt in de praktijk op het lab of in het bedrijf de wateractiviteit gemeten en niet het watergehalte. Je meet dan het vochtgehalte in de lucht boven het product vergeleken met het vochtgehalte boven zuiver water
Hiervoor zijn eenvoudige apparaten in de handel.
Een valkuil bij het gebruik en bewaren van droge producten is dat ze vocht aantrekken, waardoor plaatselijk de wateractiviteit hoger wordt en er plaatselijk groei kan ontstaan , waardoor het vochtgehalte weer verder toeneemt, Denk aan kruidenpotjes vlak bij het fornuis.
Op het lab is dat bij de gedroogde voedingsbodems het geval!,
Als niet direct na gebruik de pot gesloten wordt is de voedingsbodem zeer snel niet meer bruikbaar.
Opdracht en idee::
Onderzoek eens op het lab de houdbaarheid van een voedingsmiddel en ga na welke micro-organismen de bederfflora vormen
28-12-2006