MRSA bacterie
MRSA betekent methicillin resistente Staphylococcus aureus.
Er is dus sprake van een Staphylococcus aureus, een bacterie die bij 30% van de mensen voorkomt op huid en slijmvliezen. In het dagelijks leven is de bacterie onschadelijk. Pas bij verminderde weerstand, huidbeschadigingen, wonden kan hij infecties veroorzaken, Deze zijn bij de "gewone" Staphylococcus aureus met antibiotica te bestrijden.
Alleen bij de MRSA gaat niet . Overal in de wereld duikt de MRSA, als veroorzaker van ziekenhuisinfecties op.
Klik hier voor deze en andere resistente "ziekenhuisbacterien" .
MRSA-bacteriën worden via dragers – mensen bij wie de bacterie zich op de huid of in de neus bevindt om zich daar, zonder verdere nadelige invloeden voor de betrokkene te handhaven – en uiteraard door patiënten verspreid. De drager kan zelf patiënt worden wanneer de MRSA-bacterie die hij bij zich draagt in de bloedbaan komt, of een wondinfectie veroorzaakt. Een drager, verpleger of verzorger bijvoorbeeld, kan een patiënt die verpleegd wordt direct besmetten of indirect, via instrumentarium dat voor onderzoek wordt gebruikt. De besmetting wordt vaak vanuit het buitenland binnengebracht, gevolg van een minder strikt antibioticumbeleid, en dus grotere selectiedruk in sommige landen. Mensen die direct vanuit het buitenland komen en als patiënt op een intensive care -afdeling of op een chirurgische afdeling verpleegd moeten worden, worden uit voorzorg eerst geïsoleerd verpleegd. Bacteriologisch onderzoek kan dan uitwijzen of de gevreesde MRSA eventueel aanwezig is.
Door een eenvoudig bacteriologisch onderzoek van een huid- of neusuitstrijk is vast te stellen of bij een patiënt een resistente stafylokok aanwezig is.
De patiënt bij wie de MRSA-bacterie aanwezig is, wordt onmiddellijk overgebracht naar een gesloten afdeling, en alle mensen die met de patiënt in contact zijn geweest, worden onderzocht om te zien of ze soms besmet zijn met de bacterie, waardoor ze ongewild als drager voor verdere verspreiding zouden kunnen zorgen.
Eventuele dragers onder het ziekenhuispersoneel worden op non-actief gesteld, of met taken belast die hen verwijderd houden van patiënten of verpleegafdelingen. Deze personen worden vervolgens regelmatig bacteriologisch onderzocht, waarbij in het merendeel van alle gevallen na enige tijd het sein op veilig raakt, doordat de koloniserende bacterie meestal vanzelf weer verdwijnt. Incidenteel echter blijken dragers blijvende verspreiders; in feite zijn ze dan – hoe hard het ook moge klinken – ongeschikt voor een groot aantal functies binnen de gezondheidszorg.
Verder wordt heel vaak besloten om de afdeling waar de met de MRSA-bacterie besmette patiënt verbleef nog gedurende enige tijd te sluiten, waarna de bacterie door schoonmaak en sterilisatie uitgeroeid wordt.
Uitbannen van de methicilline-resistente stafylococ zal, nu deze eenmaal wereldwijd is verspreid, niet mogelijk zijn.
Sinds kort heeft men aangetoond dat deze ziekenhuisbacterie op grote schaal in de varkensstal voorkomt en ook wordt overgedragen op mensen,: Zeer recent is de bacterie(overdracht) ook bij paarden aangetoond.
Ook hierbij is goede ziekenhuishygiëne is van groot belang om infecties met deze bacteriën te voorkómen. Na aantreffen probeert men de bron op te sporen en door schoonmaken de bacterie kwijt te raken.
ESBL-bacterie
De afkorting "ESBL" staat voor Extended Spectrum Beta-Lactamase. Dit is een enzym dat bepaalde antibiotica, met name cefalosporines en penicillines kan afbreken. De ESBL-enzymen (er zijn verschillende typen) worden geproduceerd door bacteriën die van oorsprong in de darm voorkomen. Doordat ze een ESBL produceren, zijn die bacteriën resistent tegen de antibiotica die het enzym kan afbreken. De bacteriën die ESBL's kunnen produceren (Klebsiella, Escherichia coli), zijn Gramnegatieve bacteriën die een zogenoemd endotoxine maken. Ze zijn onschadelijk zolang ze zich in de darm bevinden van gezonde personen. Maar ze kunnen ernstige infecties veroorzaken bij heel jonge en ook bij oude mensen met een gestoord immuunsysteem.
VRE
VRE is de afkorting van Vancomycine Resistente Enterococcus faecium. Enterococcus faecium is een darmbacterie die bij veel mensen voorkomt.
Het verschil tussen de VRE en de gewone bacterie is dat de VRE ongevoelig is geworden voor vancomycine. Net zoals de meeste bacteriën wordt de VRE-bacterie met name verspreid via de handen. Alleen voor mensen met een sterk verminderde weerstand kan VRE tot een infectie leiden.
:
Clostridium difficile :
die de oorzaak is van Clostridium difficile associated diarrhoea (CDAD): diarree waarbij een bepaalde bacterie deze Clostridium difficile wordt aangetoond in de ontlasting. Deze bacterie komt veel voor De bacterie zit in de darm en richt daar geen schade aan. Pas als de drager bepaalde antibiotica gebruikt, en de weerstand ernstig afgenomen is, door een ernstige ziekte, kan deze bacterie gaan uitgroeien en gifstoffen (toxines) produceren waar mensen ziek van worden.
[ de werking van antibiotica ] [ Resistentie ] [ antibiotica op het lab ] [ tabel MIC waarden-Diameter remzone ] [ resistente bacterien ]