Resistentie (ongevoeligheid voor een bepaald antibioticum)
Inhoud:
Natuurlijk en verworven resistentie
Het ontstaan van de resistentie,hoe krijgt een bacterie dat?
Hoe komt het dat een bacterie resistent is?(mechanisme ervan)
Gewoontes, oorzaken die het toegenomen aantal resistenties verklaren
MRSA bacterie en andere "ziekenhuisbacterien"
Natuurlijke en verworven resistentie
Is de bacterie ongevoelig dan spreekt men van resistentie. Een micro-organisme kan van nature ongevoelig=resistent zijn. De oorzaak is dan dat het micro-organisme geen aangrijpingspunt bezit waar het antibioticum op kan inwerken: zo zal een gist nooit gevoelig zijn voor penicilline!
Een ander type resistentie is de verworven resistentie , een resistentie die oorspronkelijk niet aanwezig is maar die het micro-organisme heeft verworven. Deze ongevoeligheid wordt bepaald door het DNA, de verworven resistentie ontstaat dan ook altijd doordat de erfelijke eigenschappen van het micro-organisme zijn veranderd. Deze genetische verandering kan ontstaan in het bacteriechromosoom zelf maar ook in de plasmiden.
Het ontstaan van de resistentie (de genetische verandering)
Een bacterie kan op verschillende manieren genetisch (zie ook DNA)veranderen:
Mutatie
Hoewel de vermeerdering van bacteriën een kwestie van delen is en er dus in feite sprake is van een eindeloze herhaling van hetzelfde proces, namelijk het kopiëren van hetzelfde DNA-molecule. zal er af en toe een foutje optreden bij het kopiëren, waardoor het DNA van samenstelling verandert met als mogelijk gevolg een veranderde betekenis van de code en dus een ander eiwit als product, en dus een andere eigenschap bij de bacterie die dit veranderde DNA heeft gekregen.
Conjugatie
Een andere manier is de overdracht van DNA van de ene bacteriecel naar de andere. Dit proces heet conjugatie, zie bij DNA. Dit proces kan plaatsvinden tussen bacteriën van dezelfde soort maar ook tussen bacteriën van verschillende soorten of zelfs geslachten. De donorbacterie is in het bezit van de F-factor die ervoor zorgt dat er een hol buisje gevormd wordt welke een verbinding legt met de ontvangende bacterie. Door dit buisje wordt DNA overgebracht waarna de verbinding weer wordt verbroken. Zeer vaak betreft het gedeeltes van plasmiden. Betrof het een resistentiefactor dan is de gevoelige bacterie na ontvangst van het DNA resistent geworden. Deze overdracht komt vooral voor bij gramnegatieve (darm)bacteriën Berucht zijn de multiresistente E.coli bacteriën bijvoorbeeld een Salmonella die in de darm hun resistentie kunnen overbrengen op een pathogeen .Deze pathogeen is daardoor niet meer te bestrijden met de gangbare antibiotica waardoor de patiënt dus niet te behandelen is.
Transductie.
Dit is de overdracht van DNA door tussenkomst van een bacteriofaag. Wat hier van belang is dat een virus in staat is om een stukje DNA, en dus een stukje erfelijke informatie, over te brengen van de ene naar de andere bacteriecel.. Een voorbeeld is de multi-(oorspronkelijk methicilline) resistente Staphylococcus aureus, afgekort als mrsa bacterie.
Het mechanisme van de resistentie
De gevolgen van de DNA-veranderingen die tot resistentie leiden kunnen zijn:
- een veranderde permeabiliteit van de celenveloppe ( de buitenste membraan van de gramnegatieve celwand)
- de productie van enzymen die het antibioticum onwerkzaam maken voordat het antibioticum de bacterie aantast, voorbeeld het enzym penicillinase, nu meestal ß-lactamase genoemd, het enzym dat de ß-lactamring bij de antibiotica van de penicillinegroep aantast waardoor deze hun werking verliezen.
het wijzigen van de ribosomen waardoor deze geen aangrijpingspunt meer zijn voor de voorheen wel werkzame antibiotica. - wijziging van een stofwisselingsproces. Is een voorheen sulfanilamide gevoelige bacterie na een genetische verandering in staat om foliumzuur uit de omgeving op te nemen dan is hij vanaf dat moment ongevoelig voor sulfanilamide.
Gewoonten die tot resistentie leiden
Een groot aantal gewoontes leidt tot een toename van het aantal resistente stammen.
- Het op grote schaal toepassen en voorschrijven van antibiotica door artsen (vooral in Amerika)
- De vraag van patiënten om antibiotica bij een verkoudheid of griep
- Het gebruik van antibiotica bij immuundeficiënte patiënten om infecties te voorkomen
- Het niet opvolgen van het gebruiksvoorschrift door de patiënt (bijvoorbeeld de kuur niet afmaken)
- Langdurige behandeling met lage doseringen antibioticum,
- Het gebruik van antibiotica in veevoer.(West-Europa )
- Het transport van resistente bacteriën over de wereld door de toegenomen mobiliteit.
MRSA bacterie
MRSA betekent methicillin resistente Staphylococcus aureus.
Er is dus sprake van een Staphylococcus aureus, een bacterie die bij 30% van de mensen voorkomt op huid en slijmvliezen. In het dagelijks leven is de bacterie onschadelijk. Pas bij verminderde weerstand, huidbeschadigingen, wonden kan hij infecties veroorzaken, Deze zijn bij de "gewone" Staphylococcus aureus met antibiotica te bestrijden.
Alleen bij de MRSA gaat niet . Overal in de wereld duikt de MRSA, als veroorzaker van ziekenhuisinfecties op.
Klik hier voor deze en andere resistente "ziekenhuisbacterien" .
MRSA-bacteriën worden via dragers – mensen bij wie de bacterie zich op de huid of in de neus bevindt om zich daar, zonder verdere nadelige invloeden voor de betrokkene te handhaven – en uiteraard door patiënten verspreid. De drager kan zelf patiënt worden wanneer de MRSA-bacterie die hij bij zich draagt in de bloedbaan komt, of een wondinfectie veroorzaakt. Een drager, verpleger of verzorger bijvoorbeeld, kan een patiënt die verpleegd wordt direct besmetten of indirect, via instrumentarium dat voor onderzoek wordt gebruikt. De besmetting wordt vaak vanuit het buitenland binnengebracht, gevolg van een minder strikt antibioticumbeleid, en dus grotere selectiedruk in sommige landen. Mensen die direct vanuit het buitenland komen en als patiënt op een intensive care -afdeling of op een chirurgische afdeling verpleegd moeten worden, worden uit voorzorg eerst geïsoleerd verpleegd. Bacteriologisch onderzoek kan dan uitwijzen of de gevreesde MRSA eventueel aanwezig is.
Door een eenvoudig bacteriologisch onderzoek van een huid- of neusuitstrijk is vast te stellen of bij een patiënt een resistente stafylokok aanwezig is.
De patiënt bij wie de MRSA-bacterie aanwezig is, wordt onmiddellijk overgebracht naar een gesloten afdeling, en alle mensen die met de patiënt in contact zijn geweest, worden onderzocht om te zien of ze soms besmet zijn met de bacterie, waardoor ze ongewild als drager voor verdere verspreiding zouden kunnen zorgen.
Eventuele dragers onder het ziekenhuispersoneel worden op non-actief gesteld, of met taken belast die hen verwijderd houden van patiënten of verpleegafdelingen. Deze personen worden vervolgens regelmatig bacteriologisch onderzocht, waarbij in het merendeel van alle gevallen na enige tijd het sein op veilig raakt, doordat de koloniserende bacterie meestal vanzelf weer verdwijnt. Incidenteel echter blijken dragers blijvende verspreiders; in feite zijn ze dan – hoe hard het ook moge klinken – ongeschikt voor een groot aantal functies binnen de gezondheidszorg.
Verder wordt heel vaak besloten om de afdeling waar de met de MRSA-bacterie besmette patiënt verbleef nog gedurende enige tijd te sluiten, waarna de bacterie door schoonmaak en sterilisatie uitgeroeid wordt.
Uitbannen van de methicilline-resistente stafylococ zal, nu deze eenmaal wereldwijd is verspreid, niet mogelijk zijn.
Sinds kort heeft men aangetoond dat deze ziekenhuisbacterie op grote schaal in de varkensstal voorkomt en ook wordt overgedragen op mensen,: Zeer recent is de bacterie(overdracht) ook bij paarden aangetoond door .
Ook hierbij is goede ziekenhuishygiëne is van groot belang om infecties met deze bacteriën te voorkómen. Na aantreffen probeert men de bron op te sporen en door schoonmaken de bacterie kwijt te raken.
ESBL-bacterie
De afkorting "ESBL" staat voor Extended Spectrum Beta-Lactamase. Dit is een enzym dat bepaalde antibiotica, met name cefalosporines en penicillines kan afbreken. De ESBL-enzymen (er zijn verschillende typen) worden geproduceerd door bacteriën die van oorsprong in de darm voorkomen. Doordat ze een ESBL produceren, zijn die bacteriën resistent tegen de antibiotica die het enzym kan afbreken. De bacteriën die ESBL's kunnen produceren (Klebsiella, Escherichia coli), zijn Gramnegatieve bacteriën die een zogenoemd endotoxine maken. Ze zijn onschadelijk zolang ze zich in de darm bevinden van gezonde personen. Maar ze kunnen ernstige infecties veroorzaken bij heel jonge en ook bij oude mensen met een gestoord immuunsysteem.
VRE
VRE is de afkorting van Vancomycine Resistente Enterococcus faecium. Enterococcus faecium is een darmbacterie die bij veel mensen voorkomt.
Het verschil tussen de VRE en de gewone bacterie is dat de VRE ongevoelig is geworden voor vancomycine. Net zoals de meeste bacteriën wordt de VRE-bacterie met name verspreid via de handen. Alleen voor mensen met een sterk verminderde weerstand kan VRE tot een infectie leiden.
:
Clostridium difficile :
die de oorzaak is van Clostridium difficile associated diarrhoea (CDAD): diarree waarbij een bepaalde bacterie deze Clostridium difficile wordt aangetoond in de ontlasting. Deze bacterie komt veel voor De bacterie zit in de darm en richt daar geen schade aan. Pas als de drager bepaalde antibiotica gebruikt, en de weerstand ernstig afgenomen is, door een ernstige ziekte, kan deze bacterie gaan uitgroeien en gifstoffen (toxines) produceren waar mensen ziek van worden.