Geautomatiseerde levendtellingen
Deze methoden maken gebruik van het feit dat t.g.v. bacteriële groei de chemische samenstelling van het medium verandert waardoor er iets aan het medium verandert: de geleidbaarheid , de troebeling, de zuurgraad etcetera. Zo'n verandering kan door een apparaat gemeten worden.
Zo'n waarneembare verandering treedt pas op als het aantal micro-organismen de grens van 106 bereikt. De tijd die voor een monster nodig is om dit punt te bereiken noemt men de detectietijd. Deze hangt af van de hoogte van de besmetting in het monster. Door van een groot aantal monsters zowel het kiemgetal te bepalen als de detectietijd kan men een grafiek (regressielijn) maken die het verband aangeeft tussen deze twee. Weet men dit verband dan kan voor de volgende monsters (van hetzelfde type) volstaan worden met het bepalen van de detectietijd.
De resultaten zijn vaak binnen een dag bekend.
Een andere toepassing is het zogenaamd wegscreenen van monsters.
Grote aantallen binnengekomen monsters worden eerst bepaald op hun detectietijd door ze aan het eind van de dag in te zetten en de volgende dag 's morgens af te lezen. Alleen van de 'verdachte' monsters, dus met een korte detectietijd worden dan nog kiemgetallen ingezet. Een grote besparing op materiaal en arbeid. Voor de analist is het ook dankbaarder werk: men heeft niet het gevoel voor niets onderzoek te doen.
Omhoog
[ Voorbereiding telmethoden ] [ Kiemgetal ] [ MPN-methode ] [ Microscopische tellingen ] [ Indirecte totaaltellingen ] [ ATP-bepaling ] [ telapparatuur ] [ vragen bepaling aantal micro-organismen ]